Een verhaal over hoe kinderen je soms zo nodig kunnen hebben

Met haar hand onder haar wang kijkt ze me droevig aan. ‘Juf het doet echt veel pijn.’ Haar vrije hand maakt haar broodtrommeltje lusteloos open en weer dicht. ‘En morgen gaan we naar de tandarts,’ vervolgt ze haar verhaal. ‘Misschien moet de kies ook wel getrokken worden. Ik ben echt heel zenuwachtig.’ Ze pakt een stukje paprika uit het trommeltje en bekijkt het zorgvuldig. Ze vertrekt haar mond en legt het weer terug. ‘Van m’n moeder moet ik dit opeten, maar ik durf het gewoon niet. Het doet echt zeer. Morgen gaan we naar de tandarts juf. Help.’

Ik neem ondertussen een slok van mijn koffie en bedenk welk verzachtend antwoord ik haar kan geven. Ik heb nog even de tijd. Lies vertelt haar verhalen altijd heel grondig, vol van detail zodat de ontvanger van haar verhaal toch vooral wel moet snappen hoe het in elkaar steekt. Ze heeft een keer 5 minuten vol verteld over hoe de glijbaan in het zwembad op vakantie eruit zag. 

Ik neem nog een slok koffie en knik instemmend op iets wat ze zegt. Iets over haar vorige tandarts bezoek. Ik luister eigenlijk al niet echt meer. Ik zie Sanne naar me toe lopen. Die ochtend had ze sip verteld dat ze vandaag voor het eerst naar de opvang moest, zodat mama haar rust kon pakken.

‘Hé Lies,’ zeg ik kordaat – soms moet je haar gewoon even onderbreken – ‘het tandarts bezoek is morgen, en dat is maar goed ook. Hij is de enige die jou met je zere kies kan helpen. Nietwaar? Ik ben bang dat er niets anders op zit dan de tijd tot morgen vol te maken.’ 

Ze knikt. ‘Dat weet ik wel. Maar het duurt nog zo lang, en ik ben zo zenuwach-ach-achtig!’ Theatraal zucht ze nog eens heel diep. ‘Zal ik de dag dan nog maar wat voller stoppen, om je te helpen?’ vraag ik. ‘Zodat de tijd sneller gaat?’ Ik knipoog. ‘Als het maar geen extra rekenen is juf. Maar misschien is knutselen wel een goed idee.’ Ik knik ernstig. ‘Ik zal kijken wat ik kan doen.’

Sanne staat inmiddels al een tijdje naast me te wachten. Ik kijk naar haar en meer aanmoediging heeft ze niet nodig. ‘Ik vind het zo spannend juf. Ik weet niet wat we allemaal gaan doen.’

Terwijl ik mijn jas aantrek en een stuk ontbijtkoek in mijn mond prop loopt ze naast me naar buiten. Iedereen is inmiddels  buiten. Sanne blijft bij me en wil met me praten over de opvang waar ze vandaag voor het eerst naar toe gaat. Ze zit vol bezorgde vragen en heeft de behoefte haar ei kwijt te kunnen. Ik ga zitten aan de vochtige, groen uitgeslagen picknicktafel, en luister.

Die avond – het is vrijdag en ik zit op de bank – gaan mijn gedachten naar Sanne en hoe ze het heeft gehad op de bso. Ik pak mijn telefoon en stuur haar moeder een parrobericht. Ik krijg snel een berichtje terug dat het goed is gegaan, en dat ze blij is met deze oplossing.

Op maandagochtend stromen de kinderen weer binnen. Sanne komt bij me. ‘Je had mijn moeder een berichtje gestuurd om te vragen hoe het is gegaan!’ zegt ze met stralende ogen.

Ik glimlach knikkend en neem een slok van mijn koffie. In de verte zie ik Lies aan komen lopen. Stralend van oor tot oor, met in haar hand een piepklein doosje. Precies groot genoeg voor een kies.

Wendy Romkes: Een verhaal over hoe kinderen je soms zo nodig kunnen hebben

Dit verhaal is geschreven door Wendy Romkes, leerkracht van groep 4 die graag haar schoolbelevenissen van zich afschrijft. Wendy heeft een eigen website, https://jufdiewilschrijven.blogspot.com/ en neem vooral een kijkje op haar Instagram: Schrijfjuf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *